De maat van de mens voorbij

De maat van de mens voorbij

Hoe strenge regels de onmacht van leiders kunnen compenseren. Hoe dit ertoe leidt dat niemand nog verantwoordelijkheid neemt. En hoe gezellig drinken met de collega's zo tot het verleden is veroordeeld.

De gepensioneerde manager

Laatst kwam ik een gepensioneerd manager tegen. Hij werkte decennialang in een overheidsbedrijf, waar hij opklom van een normale bediende tot aan het middenkader. Vroeger kwam men dikwijls dergelijke ‘selfmade managers’ tegen in overheidsbedrijven. Vandaag pensioneren ze aan de lopende band.

De vroegere manager vertelde me honderduit over misbruik en gebruik van alcohol tijdens het werk, en hoe dit evolueerde in de tijd. Een mooi verhaal. In lang vervlogen tijden kon men op Sint-Elooi ’s morgens al met moeite een nuchtere collega tegenkomen, op bepaalde werkplaatsen. Dat soort van excessen komen echter al lang niet meer voor.

Toch was er nog het probleem dat men al te veel drinks organiseerde. Daar vonden ze een heel goede oplossing voor. Elke maand, vrijdagmiddag, kwam de volledige dienst samen om een drankje te nuttigen – daar was altijd wel een goede reden voor. Een verjaardag hier, een geboorte daar, een promotie ginder. Die samenkomsten waren altijd zeer gezellig. De collega’s en de ‘chefs’ konden zich van een andere kant laten zien.

Alleen waren daar altijd weer diezelfde twee drie collega’s die niet genoeg hadden aan twee pinten ’s middags. Terwijl de anderen terug, tevreden, aan het werk gingen, verdwenen zij dikwijls rond twee uur*. Ze zetten hun drinkgelag verder in één van de cafés vlakbij. Spijtig, deze mensen verpestten een beetje het gezellige en het positieve van deze maandelijkse samenkomsten. Maar ook: managers konden dit soort gedrag blijkbaar niet op een normale manier in goede banen leiden.

De verantwoordelijke moet afdruipen

Een bediende berispen heeft namelijk grote risico’s. Ooit betrapte hij een zichtbaar dronken bediende tijdens de werkuren. Dit vermeldde hij aan de baas van deze bediende. De bediende kwam dit te weten en reageerde venijnig: er waren geen bewijzen, dus er kon hem niets verweten worden. De selfmade manager had zijn lesje geleerd, zo vertelde hij me: nooit nog ging hij zich bemoeien met dergelijke zaken.

De analyse die hij gaf was eenvoudig: veel managers zijn te laf om hun personeel in de hand te houden. Vandaar ook de steeds strengere regels. Ik repliceerde dat het ook moeilijk is voor die managers, aangezien een beschuldiging tegenwoordig sterke bewijzen moet hebben. Indien niet is de manager zelf de klos, zoals hij zelf zei. Het probleem ligt dus dieper: de combinatie van zeer strenge regels samen met managers die eigenlijk moeten doen alsof die regels niet bestaan (tot ze eventueel voldoende bewijs hebben).

Vandaag is er een nultolerantie voor alcohol. Niemand uit het management echter die zich daar openlijk mee bemoeit. Als er vermoedens zijn van drankmisbruik bij één persoon, gaat men hem niet specifiek controleren. Neen, men gaat grootschalige controles doen in de hoop hem te kunnen pakken. Als er dan eens een brave ziel met zijn collega’s ’s middags, bijvoorbeeld tijdens kerst, twee pinten drinkt. En als hij dan toevallig tegen de lamp loopt. Dan kan hij in grote problemen komen. De dwangmatige zatlap met een beetje geluk ontloopt zo zijn straf, terwijl iedereen wel weet wie hij is.

Het zal wel zijn dat het echte alcoholmisbruik op de werkvloer met dit soort acties uiteindelijk sterk is ingeperkt. Maar ten koste van wat? Zelfs op pensioenfeestjes binnen de muren van het bedrijf en na de werkuren mag geen alcohol meer geserveerd worden. Het is niet zo gemakkelijk een geschikte locatie te vinden buiten het bedrijf. Dat is een echte domper op de sfeer. Tegelijk een slag in het gezicht, zeker van net de werknemers die hun hele leven lang zich sterk hebben ingezet voor het bedrijf°.

Over badwater en kind gesproken…

Doortastend optreden

Let op dat de evolutie naar zogenaamd objectieve regels geen aanmaning betekent naar meer verantwoordelijkheidsgevoel. Het is niet meer de verantwoordelijkheid van de baas om een zatlap aan te pakken. De baas verwordt zo tot een klikspaan, of een heimelijke spion die bedekt bewijzen verzamelt. Enkel gespecialiseerde instanties kunnen dan oordelen of de zatlap werkelijk een zatlap is, en niet bijvoorbeeld iemand met evenwichtsstoornissen (alsof een aandachtige baas dat onderscheid niet kan maken).

Deze gespecialiseerde instanties gebruiken zo veel mogelijk apparatuur (alcoholmeters bijvoorbeeld), want wie is er objectiever dan een instrument? Ze gaan ook niet rechtstreeks op hun doel af om de gekende rotte appels een vermaning te geven, maar moeten in naam van de o bjectiviteit iedereen controleren. Stelt u voor dat een verantwoordelijke de indruk wekt dat er hier doortastend wordt opgetreden op een duidelijk sociaal probleem bij één specifieke rotte appel?

De volledige beperking van alcohol in werksituaties is natuurlijk niet meteen een grove mensenrechtenschending. Een gelijkaardige mentaliteit kan echter in meer ernstige situaties veel ergere problemen veroorzaken. Stel u voor dat de integriteit van kwetsbare groepen op het spel staat, dan wordt het des te schrijnender. Als de maat van de mens voorbij is, komt de tijd voor de hel voor de mens.

Voorrang voor particuliere belangen

Let op dat men in dit machtsspel dikwijls particuliere belangen voor het algemeen belang vooropstelt. Dat is een dubbel probleem: Het particuliere belang van de onbeschaamde werknemer heeft voorrang op het algemene belang van de werknemer. En het algemene belang van de werknemer heeft voorrang op het algemeen belang tout court. Dat laatste wordt door niemand meer verdedigd, als we niet opletten.

Voor de onmachtige manager ligt er een taboe op het doortastende optreden. Dergelijk optreden is niettemin noodzakelijk om de sfeer op de werkvloer voor iedereen menselijk te houden.

Stel u voor dat dit soort onmachtig denken doorgetrokken wordt naar de volledige samenleving. Dat onze lichamelijke integriteit, onze veiligheid ervan afhankelijk wordt.

 

* De vraag kan gesteld worden waarom deze mannen hun werkpost zomaar om 14 uur konden verlaten. Ze moeten zeker wel punten om buiten te geraken, waardoor ze hiervoor verlof moeten nemen. Een strenge manager zou dit kunnen weigeren, aangezien het verlof niet op voorhand werd aangevraagd. Deze tekst gaat net over de moeilijkheden achter dergelijk doortastend optreden.

° Sommigen denken, als ze het woord ‘overheidspersoneel’ horen, meteen aan het type werkschuwe bediende. Echter, het werk dat deze bedienden laten, moet door hun verantwoordelijke collega’s uitgevoerd worden. Zij ontwikkelen zich dikwijls net tot werkpaarden die hun beroep tot in de puntjes beheersen.

Rob Lemeire, kernredacteur De Bron.

 

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneelfinancieel of organisatorisch!