De houdbaarheid van het Belgische gezondheidszorgsysteem

De houdbaarheid van het Belgische gezondheidszorgsysteem

Is ons systeem voor de organisatie en de financiering van de medische zorgen nog wel betaalbaar? Medicijnen en behandelingen worden steeds duurder, de bevolking vergrijst en de openbare schulden staan hoger dan in alle vergelijkbare landen.

België besteedt meer dan 10% van zijn bruto binnenlands product (BBP), dus meer dan € 3.600 per inwoner, aan gezondheidszorg. Anderzijds bedraagt de openbare schuld in 2016 volgens het laatste rapport van de nationale bank 106,9% van het BBP.

Op 31 oktober 2016 was dat volgens het Agentschap van de schuld goed voor een astronomisch hoog bedrag van 404.847.057.076,43 euro. In die omstandigheden kan je je afvragen of het gezondheidssysteem nog betaalbaar is. Betaalbaar wil zeggen:

1)    duurzame financiering door gemeenschappelijke ontvangsten

2)    het vermogen om de vereiste infrastructuur, de menselijke middelen (bijv. door opvoeding en opleiding), de installaties en de uitrusting te leveren en te onderhouden

3)    zorgen voor innovatie

4)    de mogelijkheid om te reageren op nieuwe noden.

Er rijzen grote vragen over de toekomstige financiering. Volgens Eurostat is België één van de landen met de hoogste schuldgraad uitgedrukt in % van het BBP samen met Griekenland (177% van het BBP), Italië (132% van het BBP) en Portugal (129% van het BBP). Andere landen hebben een schuldgraad van minder dan 100% en in de eurozone bedraagt de schuldgraad 85%. De OESO voorziet een groei van de gezondheidszorg met 1% per jaar. Kunnen we die groei wel aan? Nochtans is die groei niet te vermijden gedeeltelijk gezien de vergrijzing van de bevolking, maar vooral gezien de nieuwe technologieën, het feit dat de diagnose vroeger wordt gesteld, de nieuwe geneesmiddelen en de snellere en bredere toegang van patiënten tot die nieuwigheden.

De evolutie van de uitgaven zal sterk afhangen van de beslissingen die de politici nemen. Wat de menselijke middelen betreft, moeten we aandacht besteden aan het aantal huisartsen. Het blijft moeilijk pas afgestudeerden ervan te overtuigen huisarts te worden. Het aantal jonge artsen dat huisartsgeneeskunde is begonnen, is gestegen van 24% in 2008 tot 28% in 2013. Volgens de planningcommissie zou idealiter ongeveer 40% van de jonge artsen huisarts moeten worden. Innovatie en het vermogen om te reageren op nieuwe noden hangen nauw samen. De tijd die verloopt tussen het verlenen van een Europese vergunning voor het in de handel brengen en de toegang tot innoverende geneesmiddelen op nationaal niveau is een belangrijke indicator, die goed moet worden gevolgd. Die weerspiegelt immers niet alleen de toegankelijkheid van het gezondheidszorgstelsel (hoe korter die periode, des te sneller zullen patiënten toegang krijgen tot vernieuwende geneesmiddelen), maar ook de algemene houdbaarheid (via het vermogen van het systeem om de innovatie te integreren).

Volgens het rapport van het KCE van 2015 ziet de situatie er niet fraai uit: "Volgens een analyse van 70 nieuwe geneesmiddelen die tussen 2010 en 2012 door Europa werden goedgekeurd, haalt België een zeer zwakke score op de twee indicatoren die te maken hebben met de toegang tot die producten: het percentage beschikbare geneesmiddelen (63%) is lager dan het gemiddelde in de EU-8 (79%) en het duurt in België ook langer voor die geneesmiddelen ter beschikking worden gesteld (368 dagen versus 278 dagen). Een manier om de kosten op korte termijn te drukken is de deur sluiten voor nieuwigheden, maar is dat aanvaardbaar? Achter de hogere sommen die worden toegekend aan gezondheidszorg, schuilt een verbetering van de gezondheidstoestand van de bevolking. De regering zou er goed aan doen zich vragen te stellen over de individuele en sociale waarde ervan in plaats van de uitgaven te beschouwen als een toenemende en onvermijdelijke last."

Dit artikel verscheen eerder op mediquality.net

S. Andeling

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneelfinancieel of organisatorisch!