De hamvraag: islamisme of nationalisme (5)

De hamvraag: islamisme of nationalisme (5)

Ik sluit hier mijn kritische bespreking af van de bundel, Erdoğan. Perceptie, reflectie, analyse van uitgeverij Aktief, met een analyse van de bijdrage van Wim van Rooy Een onmogelijke Turkse Verlichting. Hij is zowat de bekendste Vlaamse klokkenluider tegen de agressie die uitgaat vanuit de islam. Van Rooy zou echter van Rooy niet zijn als hij niet begon met een sterk retorische aanval op de ‘westerse intellectueel’, in een korte samenvatting van zijn bestseller Waarover men niet spreekt (uitgeverij De Blauwe Tijger 2015). Daardoor komt hij pas na een aantal bladzijden toe aan zijn eigenlijke onderwerp, Turkije en de mogelijkheid of onmogelijkheid tot een Turkse modernisering.

‘Gereformeerde islam is onmogelijk’

Kort gezegd komt het erop neer dat hij nogal veralgemenend ‘de’ westerse intellectuelen verwijt dat zij zwelgen in een narcisme dat hen doet geloven dat zij verheven zijn boven de domme massa of haar woordvoerders. Die laatsten worden door hen dan weggezet als ‘populisten’, waar je dus geen rekening mee moet houden, zelfs niet mee in discussie moet treden. En die je dus zo veel mogelijk moet weren uit de media. Omdat die politiek correcte intellectuelen (poco’s) zich mordicus willen afzetten tegen het gesundenes Volksempfinden, gaan zij dan verheerlijken wat de massa intuïtief verafschuwt en wat zij zelf nochtans beweren te bestrijden: totalitair denken en handelen. Eerst deden zij dat als fellow travellers met het communisme, nu als dhimmi’s met de islam.

Maar omdat die islam zich als zeer achterlijk vertoont, en zij daar niets mee kunnen aanvangen, gaan zij dromen van een ‘gereformeerde’ islam, zeg maar, een islam die zich naar hun wensen plooit. Ze ‘raaskallen dan alsof ze theologen zijn die dat systeem door en door kennen’ schrijft van Rooy (p. 112), en ontkennen wat ze voor hun ogen zien gebeuren. Wie er toch durft op te wijzen dat die islam zich niet naar hun wensen schikt en zich helemaal niet gereformeerd gedraagt, krijgt hen dan als een arrogante gedachtepolitie achter zich aan.

Los van de retorische hyperbolen en de overbodige citaten van gerenommeerde denkers – name dropping ­– kan ik van Rooy daarin volgen. Ook in zijn mening dat de westerse intellectuele elites blijven aandringen op een hervorming van de islam die door de aard van zijn wezen onmogelijk is volg ik hem, gesteld dat hij die variant van de islam bij zijn volgens mij juistere naam zou benoemen, als mohammedanisme. Want de islam bestond lang voor Mohammed. Het was een volksislam of din Ibrahim (het geloof van Abraham), sterk joods-christelijk beïnvloed, en werd door Mohammed van een vredesbeweging omgevormd tot een oorlogsbeweging. Ik heb daar zelf een boek aan gewijd, De Kwestie M. Een gekaapte godsdienst.

‘Discussiëren wordt zeer vermoeiend’

Mohammed werd in de ‘gekaapte islam’ immuun gemaakt voor kritiek. Het verbieden van geloofsafval werd volgens van Rooy de levensverzekering van het ideologisch systeem dat hij had gecreëerd. Dat is juist. Van Rooy beschrijft kort hoe dit gesloten systeem van de tiende tot de elfde eeuw nog sterker werd gesloten door al-Ashari en al-Ghazali die de rede tot vijand verklaarden van het geloof, en vandaag nog steeds de inspiratoren zijn van de ulamā of Korangeleerden. Daardoor wordt rationeel en transparant discussiëren met een moslim inderdaad een vermoeiende zaak (p. 114). Het gevolg is immers dat de mohammedaanse cultuur in een achterlijkheid leeft waar hij zelf voor gekozen heeft, en ‘uitmondt in een dode religie die moordend te keer gaat’ (p. 115). Allemaal juist.

Dan komt hij ter zake en wijst er op dat er in de moderne tijd vanuit de islam wel degelijk pogingen zijn ondernomen tot modernisering, in Egypte, in Iran en Turkije. Die kwamen vooral voort uit de fascinatie met de westerse militaire technologie. Het gevolg was dat ingenieursstudies populair werden. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Japan, wist de mohammedaanse wereld zich slechts de oppervlakkige technische kant eigen te maken, maar niet de onderliggende wetenschappelijke geest. ‘Ze zijn gretig naar de westerse artefacten’ schrijft van Rooy, ‘maar niet naar de intellectuele theorieën of paradigma’s die er achter schuilgaan’ (p. 121).

Anders gezegd: mohammedaanse ingenieurs vertonen de neiging wel techneuten te worden, maar slagen er niet in kritische denkers te zijn. Daar wees Samuel Huntington al in 1996 op in zijn zo vaak verguisde Clash of the Civilisations: de voornaamste centra van radicaal salafistisch denken bleken, volgens onderzoek, ook toen al de polytechnische faculteiten te zijn (1998 p. 112-113). Dat werd op een trieste wijze bevestigd toen de meerderheid van de kapers op 9/11 inderdaad die achtergrond bleek te bezitten. Tot daar ben ik het met Wim van Rooy grotendeels eens. Dan maakt hij echter een gedachtesprong waar ik mijn twijfels bij heb.

‘Turkije vertegenwoordigt de islam’

Het Europese continent ligt op sterven (…); Dan begint de doodstrijd met een zegevierende islam op de achtergrond (…). Turkije toont tegenwoordig een enorme zelfverzekerdheid en daar is de islam debet aan’ (p. 115). Wat vind ik daar fout aan?

Weer volg ik van Rooy als hij stelt dat Europa ziek is (of het op sterven ligt, durf ik te betwijfelen; dat is Untergang des Abendlandes Schwärmerei). Ik denk ook dat hij gelijk heeft als hij stelt dat de islam daar triomfantelijk tegenover staat, maar hij verklaart zowel die relatieve zwakheid (van Europa) als die schijnbare kracht (van de islam) mijns inziens verkeerd. En tenslotte vergist hij zich volgens mij als hij het zelfvertrouwen van Turkije aan de islam toeschrijft. In de voorgaande stukken ging ik uitvoerig in op het belang van het volksnationalisme in Turkije, maar dit heeft nog een extra dimensie.

Door de gunsten van Allah hebben de meest vadsige regimes ter wereld, de Golfstaten, sloten olie onder hun zandbak (zoals wijlen Urbain Vermeulen dat plastisch uitdrukte). Ze weten echter niet wat ze daarmee moeten aanvangen tenzij gouden kranen installeren in badkamers of airconditioning in voetbalvelden voor vijftig toeschouwers. Ze bouwen een speelgoedcultuur op die zichzelf zal vernietigen, ze tarten Allah met nieuwe torens van Babel. Daardoor komt hun variant van de islam tot niets, en hij is dan ook helemaal niet zegevierend. Wel ziekelijk arrogant en agressief, en dat is heel wat anders. Dat is suïcidaal.

De mislukking van de vrijzinnigheid

Wat zegevierend is, is de volksislam die heel diep onder het mohammedanisme is blijven sluimeren, de overtuiging dat de mens niet God is en zich dus ook niet als een God mag gedragen. Dat is een gezonde overtuiging, die evenwel geperverteerd wordt door de haatpropaganda uit de oliestaten. Die voert honderden miljoenen slecht gevormde moslims op een dwaalspoor, naar het jihadisme van wijlen Mohammed. Die volksislam ontmoet dan een ziek Europa dat zijn God naar de vuilnisbelt heeft verjaagd, maar geen nieuwe spiritualiteit ter vervanging heeft opgebouwd.

Het succes van de islam vandaag, ook bij vele intellectuelen, is de mislukking van de vrijzinnigheid, dat is mijn inschatting. Zij heeft wel de katholieke kerk vakkundig de nek omgedraaid (nadat die dat zelf gezocht had), maar geen nieuw gemeenschapsgevoelen weten te creëren, ondanks mooie dromen over Alle Menschen werden Brüder. Het succes van de islam vandaag is het bijgeloof van de westerse intellectueel dat hij alles aankan. Quod non. Zodat hij zich schuldig moet voelen als hij eens iets niet aankan en dan maar naar zondebokken zoekt. En dat zijn dan de ‘populisten’ of, erger nog, de ‘racisten’.

Maar terwijl die kwaal woekert in de ziel van Europa, dat zelfs zijn christelijke erfenis weigert te erkennen, zien we dus een nieuw zelfvertrouwen opkomen. Niet in de islamwereld als dusdanig (want arrogantie is nog geen assertiviteit), maar zeer specifiek in Turkije. Waarom daar en niet elders? Omdat Turkije het enige islamland is dat nuttig gebruik heeft weten te maken van de vrijgekomen oliedollars. In Turkije, onder Erdoğan, hebben een teveel aan kapitaal en een teveel aan energie elkaar gevonden en voor een klein economisch mirakel gezorgd dat nergens anders in de mohammedaanse wereld valt waar te nemen. Waarom daar?

De kameel tegenover het paard

Het verschil wortelt in het volkskarakter. De Arabische cultuur is geboren in de woestijn, op het ritme van het dier dat daar overleven mogelijk maakt, de kameel. De kameel is een traag dier dat vooruit sjokt en taaie en voor andere dieren onverteerbare planten kauwt. De kameel nodigt uit tot lethargie en zo is dus ook het bestaan van de bedoeïen: ’s morgens laat hij zijn kamelen los met gebonden voorpoten, hij laat hen de hele dag rondstruinen en haalt hen ’s avonds weer bij zich om de wijfjes te melken. De rest van de dag ligt hij in zijn tent, en doet hij niets behalve het uitleggen, al heeft hij niets uit te leggen. Je krijgt een luie cultuur die eindeloos kan praten over niets.

De Turkse cultuur komt daarentegen voort uit de Aziatische steppe en hij leeft op het ritme van het paard. Het paard eet zeer selectief de betere grassoorten en loopt dus vinnig van de ene groene plek naar de andere. Het paard nodigt uit tot actief optreden en dat is ook eigen aan de Turkse cultuur (het ‘Arabische’ paard is overigens niet Arabisch, maar stamt uit het waterrijke Jemen). Het is geen toeval dat de Turken bijna duizend jaar lang hun Arabische ‘geloofsbroeders’ hebben gedomineerd. Tot de tussenkomst van het Westen de Ottomanen zo sterk verzwakte dat de Arabieren zich een pseudo-onafhankelijkheid wisten te verwerven met westerse zegen.

Ze zijn vandaag boos op het Westen wegens het inderdaad verraderlijke Sykes-Picot-akkoord tussen Groot-Brittannië en Frankrijk van 1916, en wijten daar – op basis van het werk van de Amerikaans-Palestijnse christen Edward Saïd – al hun ellende aan. Ze vergeten echter dat ze al duizend jaar verdrukt werden door de Turken; al vierhonderd jaar de baard werden afgedaan in hun eigen zee door Portugese zeevaarders; en de volgende honderd jaar met wat ze aan vrijheid wisten te verwerven niets hebben klaargespeeld behalve dictators in het zadel helpen.

Moskeeën bouwen of scholen

De kern van het Arabische probleem is het lethargische volkskarakter en laat dat nu net bij de Turken niet het geval zijn. Je ziet dat verschil zelfs vandaag als je goed oplet bij een oppervlakkig toeristisch bezoek: in Turkije is iedereen onderweg naar iets. In Egypte staan er overal muurtjes, waar de mannen op leunen tot er ergens werk is. Zijn Arabieren luier dan Turken? Dat weet ik niet, ik weet wel dat hun cultuur actief uitnodigt tot luiheid. Met het gevolg dat zij met hun oliedollars er niets van terecht brengen en de Turken er (via leningen) een economie mee laten bloeien.

Mijn stelling is dat Turkije vandaag zijn zelfvertrouwen sterker ontleent aan zijn volkskarakter dan aan zijn religie. Uiteraard speelt die religie een rol, maar geen bepalende. Dat is in de Arabische wereld anders, daar verschuilt men zich in zijn religie om zijn eigen onmacht te kunnen vergeten, en investeert men in moskeeën in plaats van in goed onderwijs. Daarom is de Arabische cultuur ook een suïcidale cultuur die zelfmoordterroristen tot opperste helden benoemt. In Turkije is er ook terrorisme, maar het is zelden suïcidaal en van Turkse jihadisten die gaan strijden voor al-Qaeda of IS/Daesh is nooit of zelden sprake.

Ik blijf er daarom van overtuigd dat Turkije zijn huidige moeilijkheden zal te boven komen en Erdoğan zal uitzweten, met zweet en tranen maar ook met positieve vooruitzichten. Ik kan dat uiteraard niet bewijzen, maar huiver bij het alternatief. Wim van Rooy vreest namelijk de ‘testosterondynamiek’ die van dit land uitgaat, en contrasteert die met de ‘feminisering’ van Europa dat geen vitale kracht meer kan opbrengen (p. 118). Maar hij legt het accent verkeerd: Europa kan immers zijn voordeel doen met het Turkse testosteron, wat je ook merkt aan de Turkse ondernemers bij ons. Het zijn niet die mensen, die investeren in Lucerna-scholen, die voorop lopen in pogingen om Europa te veroveren.

Hizmet of Dientsverlening opbouwen

Telkens als de islam zich wil hervormen, staan de tegenkrachten onmiddellijk klaar’ schrijft van Rooy nog (p. 124). Juist. Maar daarom beweren dat het westerse humanisme niet meer toegesneden is op de wereld van vandaag (p. 119)? De tijd van de laarzen en koppelriemen wil van Rooy toch ook niet zien terugkeren?

Wezenlijk is hij, met zijn terechte kritiek, wanhopig. Hij maakt een juiste diagnose van de lafheid van de politiek correcte intellectuelen, en hun pretentie moreel superieur te zijn aan de ‘domme’ massa, maar schiet te kort in zijn analyse van de islam. Daardoor slaagt hij er wel in aan te duiden hoe bedreigend de mohammedaanse kern van de islam is, en hij doet dat met grote persoonlijke moed. Maar hij maakt zichzelf blind voor signalen dat er onderhuids wel degelijk iets beweegt in de islam om uit dat mohammedaanse carcan weg te raken.

In de Turkse islam bijvoorbeeld is een beweging actief als de Hizmet (Dienstverlening) van Fethullah Gülen met onder andere haar Lucerna-scholen, die Erdoğan wil vernietigen. Zij vormt een positieve tegenkracht tegen de negatieve tegenkrachten die de gezonde tendensen altijd weer verstikken. Ik zal deze reeks daarom afsluiten met een korte beschouwing over het werk van Gülen, het grootste manco van deze op zich waardevolle bundel van Uitgeverij Aktief.  

Eddy Daniels

Lees verder: We moeten in Turkije ook de hoop zien (6)

Anton Kruft & Perry Pierik ed., Erdoğan. Perceptie, reflectie, analyse, Uitgeverij Aktief, 17,95 €.

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een  bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch