De beleidstest komt zo

De beleidstest komt zo

Di Rupo heeft onze economie nog lang niet terug op de rails

Jef Vuchelen, prof-em. Economie, publiceert regelmatig over macro-economie, financiën, …

Alles samen heeft de Belgische economie de economische en financiële crisis van de afgelopen vijf jaar relatief goed doorstaan. Dit is zeker zo als we vergelijken met andere landen zoals Portugal en Spanje, om maar over Griekenland te zwijgen. Niettemin werden onze grootbanken zwaar getroffen: twee banken in faling en de derde aan het overheidsinfuus!

Of deze relatief goede prestatie wijst op een structurele sterkte van het regeringsbeleid kan evenwel betwijfeld worden. Het Belgisch beleid is al jaren een beleid van juist genoeg om niet te sterven, maar onvoldoende om te overleven. Deze beleidszwakte vloeit voort uit de omvang van coalitieregeringen. Deze coalitievormingen zijn negatief geïnspireerd: Paars, om de CV&V uit te schakelen, en de huidige regering Di Rupo om de N-VA naar de oppositie te sturen. De cohesie in dergelijke regeringen is dan ook veel te klein om een coherent beleid te kunnen voeren. En, we herhalen het, sowieso is dergelijk beleid moeilijk in coalitieregeringen.

We zijn dus beleidsmatig al vele jaren aan het aanmodderen met kleine beleidsingrepen, maar zonder grondige structurele maatregelen. Het pensioendossier is hiervan de perfecte illustratie. Men kan niet zeggen dat er niets gebeurt, maar ondertussen verklaart de Studiecommissie voor de Vergrijzing jaarlijks dat de kost van de vergrijzing steeds toeneemt. De kloof tussen wat gebeurt en wat zou moeten gebeuren wordt enkel groter. Een relatieve achteruitgang dus. Eenzelfde verhaal voor de concurrentiepositie, de veiligheid, de integratie, het onderwijs, het betaalbaar wonen, ...

De beleidsfalingen worden zo steeds talrijker en zwaarder. De burger vraagt zich steeds meer en mistroostig af: ‘betalen wij hiervoor belastingen?’. Hoopvol zou men kunnen vooruitkijken naar de economische heropleving die er naar alle waarschijnlijkheid toch in de tweede jaarhelft zit aan te komen. Als deze voldoende groei genereert zal dit, zo kan men argumenteren, redelijk wat extra m-iddelen genereren voor de overheid om hiermee een aantal overheidsdiensten beter te laten functioneren. Dit is een illusie.

Zo mag men niet vergeten dat de overheid nog een tekort van nagenoeg 3 procent van het BBP moet wegwerken tegen 2015 én ze kijkt tegen een grote achterstand in openbare investeringen aan: scholenbouw, verkeer, onderzoek en ontwikkeling, …. Hopen dat het groeidividend dermate groot is dat er dan geld overblijft om bijvoorbeeld de concurrentiepositie te verbeteren, is dromen. Vergeten we immers niet dat ‘iets’ doen op een van de vermelde domeinen onmiddellijk vele miljarden euro’s kost. Die zullen er dus niet zijn.

In economisch tegenvallende periodes bestaat een overlevingsstrategie er in om weinig of niets te doen en af te wachten tot het beter gaat. Dit is de verkeerde strategie, maar politiek wel de gemakkelijkste. Het is in donkere tijden dat de toekomst moet worden voorbereid.

Misschien niet direct met het implementeren van veel harde maatregelen, maar zeker met het uitstippelen van strategieën om optimaal in te spelen op ontluikende economische heroplevingen. In België lijkt de beleidsstrategie er altijd in te bestaan om zo weinig mogelijk te doen. Alle westerse landen hebben harde tijden achter de rug. Alle landen zullen pogen om maximaal de werkgelegenheid te verhogen via het inspelen op de stijging van de internationale vraag. Dit belooft een nog hardere concurrentiestrijd te worden dan voorheen reeds het geval was. Vergeten we ook de nieuwe groeilanden niet met natuurlijk China op kop. De mate waarin we de komende maanden zullen kunnen inspelen op de heropleving vormt de echte test van het beleid van de voorbije jaren. We vrezen het ergste voor het resultaat van deze test.

Tags: economische crisis, financiële crisis, structurele hervormingen, beleidsfalingen, Di Rupo, federale regering,