Dampen op school verbieden?

Dampen op school verbieden?

Philippe Clerick:

Over ‘dampen’ – elektronisch roken – heb ik geen mening. Peter Mijlemans in Het Nieuwsblad is tégen en dan moet ik mij geweld aandoen om niet meteen vóór te zijn, maar tot nu toe is het mij aardig gelukt. Een andere kwestie is evenwel die van dampen op school. Wat doe je als zo’n brutale vlegel op de speelplaats gaat dampen en, daarop aangesproken, antwoordt: ‘Daar staat niets over in in het schoolreglement. Daar staat alleen iets in over roken.’ Moet dat dampen dan apart in het reglement worden opgenomen? Daar wil ik iets over zeggen vanuit mijn levenservaring en vanuit mijn boekenstudie.

In mijn tijd bestond een schoolreglement uit een A-4’tje dat ophing aan het raampje van de schoolwinkel. Ik heb dat reglement ooit grondig bestudeerd om te zien of het geen aanvechtbare bepalingen bevatte, bepalingen die aanleiding konden geven tot ontevredenheid, actie, of misschien zelfs staking. Dat viel niet mee. Ja, er stond ergens in dat onze haarsnit ‘verzorgd’ moest zijn. Maar kon je daar nu tegen zijn?

Toch was op onze jongensschool bijna alles verboden. Je mocht niet spuwen op de grond. Je mocht je stofjas niet open dragen. Je mocht je haar niet over je oren kammen. En je mocht op de speelplaats niet te lang met dezelfde vriend staan praten – er mocht zich eens een ‘speciale’ vriendschap ontwikkelen, stel je voor. Maar al die verboden, die stonden niet op het A-4’tje van het winkelraam, en dat was ook niet nodig. Een repressie-apparaat van drie ‘subregenten’ en een woeste ‘secretaris’ bepaalde op elk moment wat mocht en wat niet mocht. Wij verkeerden in een staat van volslagen rechteloosheid.

Nu is dat allemaal anders. Het schoolreglement is een heus boekje geworden – op onze school zelfs twee boekjes, samen meer dan 100 bladzijden. En nog staat niet alles erin, wat erin moet staan. Er staat bijvoorbeeld nergens een duidelijk verbod in op het gooien van schoenen in de klas, en ik heb dat nochtans een keer meegemaakt in het 4de jaar Handel. Je kunt natuurlijk zeggen dat schoenen gooien indruist tegen de bepaling ‘respectvol omgaan met elkaar’, maar dat vind ik toch een kwestie van interpretatie. Ik geloof ook niet dat het reglement verbiedt dat leerlingen gewapend naar school komen. Er staat alleen iets in over ‘gewapend zijn tegen individualisme en zelfzucht’.

Wij zouden dus op mijn school, in dezelfde visie van rechtszekerheid, de regel ‘Roken levert strafstudie op’ kunnen uitbreiden tot ‘Roken en dampen leveren strafstudie op.’ Ja, dat kunnen we. Maar zijn we dan zeker dat dat genoeg is? Misschien komt na de elektronische sigaret weer iets nieuws – de digitale sigaret? – de virtuele sigaret? Nee, hier kunnen we beter bij Godfried Bomans ten rade gaan. In De avonturen van Bill Clifford  citeert hij op de eerste bladzijde al het reglement der Posterijen: ‘Alle ambtenaren, die, hetzij met een sigaret, hetzij met een sigaar, hetzij met een pijp, hetzij met enig ander rookwerkuig worden aangetroffen,  zijn gehouden hiervan aan de directeur verantwoordig af te leggen.’ Enig ander rookwerktuig - de Posterijen waren op alles voorbereid.

Zo gaan we het doen bij ons op Sint-Ursula. We verbieden pijp, sigaar, sigaret en enig ander rookwerktuig.

Michel Berger:

Schoolreglementen. Alles wat niet expliciet verboden is, mag? De letter van de wet is belangrijker dan de geest van de wet? Of moet de 'wet' in onszelf zitten, zodat al dat papier niet meer nodig is?

Als leerlingen mij zeiden 'dat mag, want het is niet verboden', dan antwoordde ik: 'In het reglement is ook niet verboden een drol te draaien in het midden van de speelplaats, de gangen, de klassen, de studiezaal, de refter enz. Mag het daarom?' Dat hielp doorgaans. Zoals u weet, zijn concrete, plastische, beeldrijke, haast tastbare voorbeelden veel overtuigender dan abstracte redeneringen. Of dan wetten.

Nee, net als Philippe Clerick hou ik niet van de woekerende, aanzwellende juridisering die al onze omgang tracht te reguleren maar in feite versmacht. Zeker in een omgeving als een school waar we het toch van wezenlijk vriendelijke omgang met mekaar moeten hebben. Naar het schijnt zijn juridisering en legalisme tekens van ver gevorderde decadentie. En dat net terwijl de voorstanders menen dat ze de zaken zo beschaafder maken.

Nooit waren schoolreglementen zo omvangrijk als nu. Net zo de leerplannen. Ik heb nog jaren les gegeven aan de hand van een leerplan van 17 kleine bladzijden (iets tussen A5 en A4 in), met grote interlinie, dat de leerstof opsomde voor het eerste tot het zesde jaar, van drie vakken (Latijn, Grieks, antieke cultuur). Nu omvat alleen dat van de eerste graad Latijn welhaast het tienvoud aan bladzijden, A4, klein lettertype. Vroeger volstond een pop die in modeluniform gekleed was, nu zijn in het reglement vele regels gewijd aan hoe hoog de sokken, hoe laag de rok, het decolleté, de broekrand enz. mag of moet. En het helpt niet.

Immers, in ons gezegende land zijn we specialist in het omzeilen, ondergraven en uithollen van regels. Met z'n allen weten we maar al te goed dat regulitis niet werkt. Ik geloof er dus niet in. Net als een of andere oude Chinees - zo zijn er wel wat - die ooit stelde: 'Als de wet niet in de mens zelf zit, helpen duizend regels niet'.

 

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een  bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!