Cijfers over schade alcohol overdreven

Cijfers over schade alcohol overdreven

Alcohol kost de maatschappij geen geld maar brengt geld op. Dat kan tellen als statement. Maar economisch klopt het. Ik heb het al zo vaak moeten meemaken dat onderzoeksresultaten politiek gestuurd worden. Het is altijd hetzelfde patroon: uitkomsten die overeenstemmen met de belangen van de onderzoeker of zijn opdrachtgever worden gebruikt om naar de conclusie toe te redeneren. Wat onwelgevallig is wordt weggelaten of geminimaliseerd. De vraag is dan niet: hoe zit het. Maar: wat is de boodschap die we willen overbrengen?

Net zoals bij ons, wordt er in Nederland zeer actief campagne gevoerd tegen de consumptie van genotsmiddel nummer één: alcohol. En daar zijn in Nederland net als hier alle middelen goed voor.  De alcoholconsumptie zou de maatschappij jaarlijks miljarden kosten, aldus een onlangs verschenen Maatschappelijk Kosten-Baten Analyse Alcoholgebruik van het Nederlandse onderzoeksinstituut RIVM.

Maar drie economen van de Rotterdamse Erasmus Universiteit deden de berekeningen over en halen in het blad ESB de studie volledig onderuit. Als de private kosten van alcohol niet dubbel worden geteld, is het maatschappelijke kosten-batensaldo van alcoholconsumptie positief: de maatschappelijke welvaart daalt door alcoholconsumptie niet met 2,6 miljard euro, maar stijgt met 1,7 miljard euro per jaar. Het rapport moet de basis zijn van het nieuwe Nederlandse Alcoholplan  begin volgend jaar.

Het RIVM berekende dat de consumptie van alcohol de samenleving jaarlijks tussen de 2,3 en 2,9 miljard euro aan welvaart kost en dat een accijnsverhoging van vijftig procent over een periode van vijftig jaar de  maatschappij tussen de 14 en 20 miljard euro aan welvaart oplevert. Deze conclusies zijn echter op welvaart economisch drijfzand gebouwd, zo schrijven promovendi Albert Jan Hummel, Matthijs Oosterveen en hoogleraar economie Bas Jacobs in economenblad ESB (https://esb.nu/esb/20021219/een-nuchtere-blik-op-de-kosten-en-baten-van-alcohol).

"Het is niet ondenkbaar dat het RIVM-rapport de baten van alcoholconsumptie met vele miljarden onderschat." De analyse uit het RIVM-rapport bevat dus fouten. Zo worden de private kosten van alcoholgebruik dubbel geteld. Uit het artikel: "Daarnaast blijken de resultaten extreem gevoelig te zijn voor de wijze waarop het consumentensurplus wordt geschat. Ook zijn er nog enkele andere methodologische problemen. Het is niet ondenkbaar dat het RIVM-rapport de baten van alcoholconsumptie met vele miljarden onderschat.

Het rapport becijfert dat de totale baten van de alcoholmarkt zo'n 5,5 miljard euro bedragen. Hiervan is 3,8 miljard euro het consumentensurplus: het verschil tussen de bereidheid van consumenten om te betalen voor alcohol en het bedrag dat ze daadwerkelijk betalen. De overige 1,7 miljard euro bestaat voor 1 miljard euro uit accijnsopbrengsten voor de overheid en voor 700 miljoen euro aan producentensurplus (winsten voor alcoholproducenten en -verkopers). In afwezigheid van externe effecten levert de alcoholmarkt dus jaarlijks 5,5 miljard euro aan maatschappelijke welvaart op.

"Om tot een schatting van de netto-baten te komen dienen de externe kosten van alcoholgebruik van de totale baten te worden afgetrokken. Het RIVM-rapport maakt echter een fout door private kosten van alcoholconsumptie van het totale surplus af te trekken."

De kritiek richt zich vooral op de berekening van het geluksgevoel door het RIVM. Volgens de Erasmus-onderzoekers heeft het RIVM niet de algemeen geldende leidraad voor dergelijke analyses gevolgd. In het artikel schrijven ze dat maatschappelijke kosten van vroegtijdig overlijden, verlies van arbeidsproductiviteit en verlies van kwaliteit van leven door het RIVM dubbel worden geteld. In dat 'geluksgevoel' verdisconteren consumenten voor een groot deel zelf al de nadelen van alcoholgebruik, schrijven de economen. Het RIVM heeft daar geen rekening mee gehouden. 

Daarnaast heeft het RIVM verkeerd berekend hoe consumenten reageren op prijsverhogingen. De berekeningen zijn gebaseerd 'op een misvatting'. Volgens de drie economen zullen consumenten veel minder vaak hun glaasje laten staan als de alcoholaccijns omhoog gaat dan het RIVM veronderstelt.

"Anders dan het rapport suggereert, mag daarom niet de conclusie worden getrokken dat een prijsstijging van 200 procent alle alcoholconsumptie zou doen verdwijnen (zelfs niet als de elasticiteit constant zou zijn). Als de elasticiteit werkelijk constant zou zijn, en gelijk aan –0,5, zou deze prijsstijging leiden tot een daling in de alcoholconsumptie van 42 procent en niet tot een algehele drooglegging. Zie ook de bijlage bij dit artikel. Het lijkt bovendien onwaarschijnlijk dat, indien de supermarktprijs van een fles bier van 0,50 euro of een fles wijn van 4 euro naar 1,50 euro respectievelijk 12 euro wordt verhoogd, er geen alcohol meer gekocht zou worden."

"De onderzoekers zouden hun werk beter kunnen overdoen. Onze berekeningen suggereren dat de maatschappelijke baten van alcohol mogelijk miljarden euro's hoger liggen dan het RIVM-rapport thans becijfert. Deze berekeningen zijn echter illustratief en mogen niet worden geïnterpreteerd als bewijs dat alcoholconsumptie grote maatschappelijke welvaartswinsten geeft of dat alcoholgebruik geen externe kosten zou veroorzaken. Meer onderzoek is nodig voordat mogelijk verstrekkende beleidsmaatregelen worden getroffen op basis van een rapport dat op welvaartseconomisch drijfzand is gebouwd."

Extra informatie:

   * De wiskundige bijlage van dit artikel staat hier.

   * Het rapport Maatschappelijke kosten-baten analyse van beleidsmaatregelen om alcoholgebruik te verminderen.

Marc van Impe, Senior Writer voor MediQuality, voorzitter van het Vlaams Instituut voor Journalistiek.

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.
Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneelfinancieel of organisatorisch!