Als Trump gelijk heeft, heeft hij gelijk

Als Trump gelijk heeft, heeft hij gelijk

Trump is mijn vriendje niet, maar als hij gelijk heeft, dan heeft zelfs hij gelijk. Zelden zagen we zulk een hysterie in de wereldpers als na de nazi-betoging in Charlottesville/USA. Feiten tellen niet meer, de waan van de dag regeert. En Trump-bashen is een internationale sport geworden.

Feiten: 1° De controverse in Charlottesville begon rond de verwijdering van het standbeeld van generaal Robert E. Lee van de zuidelijke troepen in de Burgeroorlog meer dan 150 jaar geleden (1861-1865). In het begin van de oorlog bood Abraham Lincoln deze oorlogsheld het opperbevelhebberschap aan van de noordelijke troepen, maar Lee was loyaal tegenover zijn thuisstaat Virginia en koos voor het zuiden (de confederatie). Pas in 1865 kreeg hij het opperbevelhebberschap van die troepen. Hij verloor de oorlog, maar werd na afloop de gerespecteerde rector van de Washington University in Lexington. Daar ijverde hij voor een nationale verzoening en verzette zich tegen blanke studenten die zich agressief gedroegen tegen zwarte medestudenten. Lee vond het te vroeg om zwarten gelijke rechten te geven, maar was er wel voorstander van dat zij degelijk onderwijs kregen. Na zijn dood werd de naam van de universiteit veranderd in Washington & Lee University, en dat is zo tot vandaag.

2° Het is een wereldwijde en eeuwenoude controverse of symbolen van personen die ooit gewaardeerd werden maar later vervloekt verwijderd dienen te worden. In de Oudheid noemde men dat de Damnatio Memoria: nadat een heerser via een staatsgreep aan de macht was gekomen liet hij de naam van zijn voorganger van alle monumenten wegkappen. Men kan er de resultaten nog van zien in archeologische sites. In Egypte heeft dat tot puur vandalisme geleid van christelijke monniken in heidense tempels.

In Leuven zagen wij recent hoe burgemeester Louis Tobback erop stond dat de naam van het Fochplein zou veranderen in Rector De Somerplein. Maarschalk Ferdinand Foch had in 1916 het offensief aan de Somme ontketend, dat 200.000 soldaten het leven zou kosten zonder resultaat te boeken. In juli 1918 wist hij echter een Duitse aanval bij  de Marne te blokkeren en lanceerde hij bij Soissons het tegenoffensief dat de oorlog in het voordeel van de geallieerden zou beslechten. Dit bezorgde hem de titel maarschalk. Tobback vindt dat dit niet opweegt tegen de slachtpartij uit 1916. In Leuven, waar bij de huidige straatnamen ook de historische straatnamen in dialect hangen, heeft Tobback altijd gelijk.

Waarom er in het Brusselse Sint-Pieters Woluwe echter een Montgomery Square ligt, met een standbeeld van de Britse veldmaarschalk, is dan niet duidelijk. Bernard Montgomery verlengde, uit persoonlijke rivaliteit met de Amerikaanse generaal George Patton, op een dwaze manier de oorlog met de mislukte operatie Market Garden bij Arnhem waar zijn para’s afgeslacht werden. De film A Bridge too Far, toonde dat onlangs nog. Een onrechtstreeks gevolg was de verschrikkelijke Nederlandse Hongerwinter.

In feite is het zo dat, als je symbolen begint te verwijderen, je wel weet waar je begint, maar niet waar je eindigt. Het plan om al de gewraakte symbolen op te bergen in musea, zoals UA-rector en historicus Herman Van Goethem voorstelt, kost waanzinnig veel geld zonder dat iemand zin heeft om die te bezoeken. Maar Van Goethem moet dat natuurlijk niet betalen. Als historicus zou hij bovendien moeten weten dat je zo riskeert om morele oordelen van vandaag op de mentaliteit van het verleden te plakken. Cyriel Verschaeve is een goed voorbeeld: in 1937 kreeg hij een (toen overigens al omstreden) eredoctoraat van de Leuvense universiteit, ondanks het feit dat hij al lang openlijk zijn nazisympathieën en bewondering voor Hitler beleed. Na de oorlog werd hij bij verstek ter dood veroordeeld.

Bordjes met verduidelijkingen aanbrengen bij de standbeelden van bijvoorbeeld Leopold II kan veel functioneler en educatiever zijn dan het land volproppen met lege musea. In 2004 zaagde een anarchistische actiegroep, De Stoete Ostendenoare, een hand af van een zwarte op een standbeeld op de zeedijk in die badstad. Dat stelt een groep negers voor die hulde brengen, met als onderschrift: Dank van de Congolezen aan Leopold II om hen te hebben bevrijd van de slavernij van de Arabieren’. Geen mens merkte de verminking op tot de actiegroep zelf, gefrustreerd wegens het gebrek aan weerklank van zijn heldendaad want niemand had het zelfs maar gemerkt, deze drie dagen later per fax bekend maakte. Dat ontketende een heftige polemiek, waarbij het stadsbestuur tenslotte de socialistische schepen van ontwikkelingssamenwerking volgde, die oordeelde dat het monument in zijn nieuwe toestand beter beantwoordde aan de historische werkelijkheid. Dàt vind ik nu eens een mooi besluit.

3° Hoe dan ook is de verwijdering van symbolen steeds een provocatie die oude wonden openrijt. Dat kan verantwoord zijn, maar het is logisch dat daar een controverse rond ontstaat, en het is een fundamenteel recht om daartegen te protesteren. In de VS is de nazipartij toegelaten en zij had in Charlottesville een toelating gekregen tot betogen. Men kan er weer over discussiëren of dat verstandig is.

Persoonlijk ben ik tot het oordeel gekomen dat het beter is een abjecte mening toe te laten zich te uiten, dan haar ondergronds te drijven. Bovendien kan het uiten van die mening een onderliggend maatschappelijk probleem blootleggen, zoals bij ons het geval was met de bijval voor het Vlaams Blok in de opeenvolgende Zwarte Zondagen. Het is dan goed als de politieke verantwoordelijken met dat signaal uit de onderbuik van de samenleving rekening houden, wat bij ons niet gebeurd is.   In alle geval is het zo dat als een betoging toegelaten is, de betogers recht hebben op politiebescherming.

4° Het geweld in Charlottesville is vervolgens niet uitgegaan van de nazi’s of de Ku Klux Klan. Naar verluidt liepen er een aantal van hen met wapens in de betoging (wat in de VS ook al toegelaten is) maar zij hebben die niet gebruikt. Het geweld ging uit van tegenbetogers die de toegelaten betoging met stokken en knuppels aanvielen. Persoonlijk kan ik hun verontwaardiging begrijpen, maar ik snap niet dat de wereldpers het nodig vond hen als slachtoffers voor te stellen, want dat zette de waarheid op zijn kop. Trump had gelijk door het geweld aan beide kanten te veroordelen.

5° Als gevolg van de linkse agressie, sloeg een aanhanger van de rechtse betogers tilt (naar het schijnt omdat het achterlicht van zijn auto zou kapot geslagen zijn). Hij reed op de menigte in. Hij deed dit zeer duidelijk niet in opdracht van om het even wie, zodat ik niet begrijp waarom de wereldpers plots het rechtse geweld ging veroordelen. Het was een spijtig maar geïsoleerd incident waar de nazipartij of de KKK niet verantwoordelijk voor waren. Toch werd er wereldwijd de indruk gewekt alsof het om een terroristisch complot ging.

Toen achteraf de organisator van de betoging zijn visie en houding publiek wilde uitleggen, werd hij opnieuw aangevallen. We zagen op tv hoe hij achter een haag van zwaarbewapende politieagenten moest wegvluchten. Niet alleen werd het recht op betogen zo aangetast, maar ook het recht op vrije meningsuiting. De wereldpers keurde dit goed. Bij ons werd een Björn Soenens in het VRT-journaal net niet lyrisch.

6° De indruk werd gewekt dat dankzij Trump obscure extreemrechtse groepen weer de kans krijgen om zich te uiten. Dat is niet zo, die waren er altijd al. Ik herinner me een film van Woody Allen (ik dacht Manhattan) waarin gediscussieerd werd over een aangekondigde betoging van neonazi’s en de hoofdrolspeler (Allen zelf) opperde om hen met baseballbats te lijf te gaan. Ik herinner me ook een aanval van hysterie op de Amerikaanse soldatenradio toen men vreesde dat een aangekondigde betoging van neonazi’s op Times Square duizenden deelnemers op de been zou brengen. Het bleken er uiteindelijk nog geen honderd te zijn. Ook over het effectief aantal extreemrechtse betogers in Charlottesville vernam ik niets (misschien heb ik iets gemist?). Ik was ooit in South Carolina. Tot mijn verbazing zag ik dat aan het lokaal parlementsgebouw twee vlaggen uithingen: die van de Unie (de Stars and Stripes); en die van de zuidelijke confederatie.

7° Barack Obama mengde zich ook in het debat met de meest gedeelde tweet uit de geschiedenis. Hij beweerde dat niemand geboren wordt met haat voor iemand die er anders uitziet. Dat is een leugen. Elk wezen wordt geboren met angst en wantrouwen voor het vreemde, dat is een overlevingsreflex. Het hangt van de maatschappelijke omstandigheden af of dit uitgroeit tot racisme of tot tolerantie. Belangrijk daarbij is of men zich veilig voelt en in zijn persoonlijke en territoriale noden niet bedreigd. Racisme is daarom niet iets wat je leert maar wat je afleert. Centraal daarin staat of er een overheid is die het geweldsmonopolie aan zich trekt en handhaaft. Op dat vlak heeft de overheid in Charlottesville gefaald. Dat zij binnen de waan van de dag ten tonele wordt gevoerd als de moedige strijder voor gelijke rechten, die een oorlog uitvecht van 150 jaar geleden, is meer dan hypocriet. Gelijke rechten vertrekken van vrije meningsuiting. Die werd geschonden.

Over Donald Trump valt heel veel negatief te zeggen, en ik herhaal: hij is mijn vriendje niet. Maar zijn houding in de kwestie Charlottesville is correct en moedig. Maar dat mag je niet meer zeggen, dan word je weggezet in de hoek van de neonazi’s. Overeenkomstig de Wet van Godwin die zegt dat elke aanslepende discussie ertoe leidt dat één van beide partijen de andere ervan zal beschuldigen een nazi te zijn, de Reductio ad Hitlerum. Vandaag regeert in onze pers de Reductio ad Trumpum.

Eddy Daniels

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een  bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!