Alibi-Ali’s worden soms meer dan gênant

Alibi-Ali’s worden soms meer dan gênant

Je moet de vrije meningsuiting niet beperken, je moet gewoon zorgen dat ze correct wordt gebruikt. In een oorlog laat je de vijand geen propaganda maken in jouw gelederen. Ook niet als die gecamoufleerd is. Nochtans zijn vele politici blind daarvoor, ze koesteren soms zelfs wie hen naar de keel wil vliegen.Annick De Ridder (N-VA volksvertegenwoordiger) gaf  vorige week een voorzet met haar voorstel om 'de vrijheid van meningsuiting te beperken' door verheerlijking van IS-geweld strafbaar te maken. Enkel andere N-VA'ers traden dat bij (zoals Peter De Roover, fractieleider in de Kamer).

Naschrift: door technische én andere problemen zijn niet overal de correcte hyperlinks toegevoegd. dat is een fout vcan ons. Onze excuses daarvoor. We werken aan een update, aanvulling of een rechtzetting.

De SP.A merkte terecht op dat aanzetten tot geweld nu al strafbaar is. Dat klopt, maar feit is dat dit tot nu toe minimalistisch geïnterpreteerd werd en dat de SP.A in dit verband zeker boter op het hoofd heeft. Je moet al nadrukkelijk zeggen dat je geweld wilt gebruiken, voor je misschien lastig gevallen wordt. Als een teruggekeerde Syrië-strijder in De Afspraak op Canvas Bin Laden komt bewieroken omdat hij zoveel gedaan heeft voor zijn geloof, dan kan dat zo maar (hier en hier).   

De eigen partij intern ondermijnen

Maar de islamofielen zijn geraffineerd. Het volstond dat Bart De Wever zijn duit in het zakje deed om de zwarte piet in de andere richting te schuiven. Hij merkte immers zijdelings op hij het zorgwekkend vond dat de CD&V de Marokkaanse Belg Youssef Kobo, volgens de burgerliijke stand Youssef Aouriaghel, als medewerker had. Meteen was het kot te klein. Terwijl De Wever feitelijk de vinger op de wonde legde: in hun jacht op stemmen van allochtonen, en van met allochtonen sympathiserende autochtonen, hebben nogal wat partijen Alibi-Ali’s in huis gehaald. Daarvan bleken er enkele na verloop van tijd ongeleide projectielen te zijn.  Lui die de sfeer in die partijen die zich open en gastvrij hadden betoond kwamen verzieken met verdoken propaganda voor doelstellingen die soms haaks stonden op die van ‘hun’ partij. Dat werd tot nu toe al eens met de mantel der liefde bedekt, en natuurlijk moet er geen heksenjacht ontstaan, maar enige trouw aan de partij en haar grote principes mag toch ook van die mensen verwacht worden?

Ze komen echter niet vaak voor, mensen als Zuhal Demir die bepleit dat haar landgenoten moeten kiezen welke nationaliteit zij nu eigenlijk willen: de Belgische? Of die van oorsprong? Veelal willen ze van twee walletjes eten, met soms een schizofrene loyauteit als gevolg, maar niet zelden deloyaal tegenover België. Is het immers juist dat men zich hier beroept op onze democratische waarden om die vervolgens te gebruiken voor het verdedigen of zelfs bewieroken van regimes die deze democratische waarden met de voeten treden? Kobo is een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet en Wouter Beke zou zich daar beter rekenschap van geven, in plaats van zich druk te maken. Wij zetten hier enkele van Kobo’s publieke uitspraken op rij. We laten het aan de lezer over te oordelen of dit thuishoort in CD&V.

Kobo in De Wereld Morgen (25/08/14): ‘Wanneer gaan minderheden in België zich eindelijk ontdoen van de slavenmentaliteit?’

Kobo poneert op een subtiele manier dat minderheden in België en elders in Europa geen gelijke rechten genieten. Hij zegt niet openlijk dat zijn nieuw vaderland de mentaliteit van een slavendrijverstaat heeft, hij insinueert wel dat vreemdelingen zich dat laten welgevallen en schildert een apocalyptische toekomst: “De dag dat ze zich bewust worden van hun deplorabele situatie en op straat komen om gelijke rechten te eisen zal ook Europa daveren op haar grondvesten.”

Zijn enige argument daarvoor is een gepercipieerde achterstelling van de minderheden: “Wie de moeite neemt om de rapporten van verschillende gezaghebbende instanties inzake racisme, discriminatie en achterstelling van minderheden in België te lezen kan niet anders dan vaststellen dat we de verkeerde kant opgaan.” Het valt meteen op dat hij schermt met ‘verschillende gezaghebbende instanties’, zonder ze te noemen, of naar hun studies te verwijzen, laat staan een precieze bronverwijzing te geven. Hij wil wel dat anderen de moeite nemen om te lezen, maar hij doet zelf de moeite niet om ze te citeren.

Daarbij maakt hij twee redeneerfouten: hij veralgemeent over alle minderheden. En vooral: hij negeert dat achterstellingen ook deels aan die minderheden zelf te wijten kunnen zijn. Het is immers een feit dat bepaalde groepen  – zoals Chinezen – geen noemenswaardige achterstand kennen. Dat suggereert minstens dat ook andere factoren (dan discriminatie) een rol spelen. Wie bijvoorbeeld zijn leven organiseert rond de gemeenschap van herkomst, met schotelantennes en slechts informatie uit het thuisland, en zijn kinderen Nederlands-onkundig naar school stuurt, kan niet verwonderd zijn dat die nog jarenlang onderpresteren.

Onze overheden bewegen soms hemel en aarde om die kinderen vroeger in de kleuterklas te krijgen (dikwijls gaan de scholen de ouders thuis opzoeken als er problemen zijn, soms met een tolk erbij, een luxe die Vlaamse ouders niet kennen). Maar dan word je bij wijze van spreken geconfronteerd met hysterische beschuldigingen tegen kleuterjuffen (die wel het achterste van hun kinderen mogen proper maken) als zouden zij zich aan seksueel misbruik bezondigen. Hoe ver kan het zich opsluiten in de eigen slachtofferrol wel gaan?

Verderop is voor Kobo het bestaan van wantrouwen van autochtonen tegenover allochtonen al een bewijs van discriminatie. De vraag is of (autochtone) Belgen die zich in bijvoorbeeld Marokko zouden vestigen, daar zo gastvrij ontvangen worden. De kwestie is natuurlijk dat dit amper gebeurt en de vraag is dan waarom Marokkanen zo graag naar hier komen (waar ze zogezegd gediscrimineerd worden) en Belgen niet graag naar bij hen gaan. Zou het misschien kunnen – het is maar een vraag hoor – dat het in België ook voor veel Marokkanen nu eenmaal beter is dan in Marokko?    

Waar zit Kobo dan met zijn geklaag over slavernij? Heeft hij er overigens weet van dat er uitgerekend in de islamitische kernlanden op het Arabisch schiereiland, die hier islamonderwijs financieren, een feitelijke slavernij bestaat ten opzichte van de gastarbeiders uit oostelijk Azië? Kan hij ergens één artikel aanwijzen waarin hij dat aanklaagt, of zelfs maar vermeldt? Trekt hij zich dat niet aan? Of slaagt hij erin dat niet te weten? En zo ja: hoe doet hij dat?

Kobo in Knack.be (06/06/14): “Er kwamen na Femme de la Rue weer geen Vlamingen met een migratieachtergrond aan bod.”

Men herinnert zich de choquerende reportage van een studente over het brutale gedrag tegenover vrouwen in Brussel op straat, van mannen van nagenoeg uitsluitend Maghrebijnse afkomst. De VRT wijdde er met duidelijke tegenzin aandacht aan. Dat hoorde immers niet binnen het politiek-correcte wereldbeeld, al waren ontzettend veel mensen ervan op de hoogte dat dit dagelijks gebeurt. Nogal wat journalisten probeerden de volgende dagen dit te duiden via veralgemenende aanvallen op het ‘seksisme’ van alle mannen, een tendens die we ook zagen na de gebeurtenissen tijdens de Sylvesternacht in Keulen (hier). De aandacht moest en zou weggetrokken worden van het feit dat dit gedrag meer voorkomt bij moslims. Wat is evenwel de reactie van Kobo? Afkeer van een duidelijk cultureel aangemoedigde neiging om niet-gesluierde vrouwen als 'goedkope prooien' te beschouwen? Nee hoor, hij was alleen maar kwaad dat onze media niet meer militante moslims de kans gaven om die feiten te verdoezelen.

Kobo: “Er ontvouwde zich een opmerkelijk tafereel in het debat over racisme dat volgde op de getuigenis van VRT-journalist Peter Verlinden: merkwaardig genoeg kwamen er geen Vlamingen met een migratieachtergrond aan bod.” En “We praten in Vlaanderen vaak over minderheden maar niet met minderheden.”

Nog afgezien van het feit dat Peter Verlinden zelfs gehuwd is met een dame met een migratieachtergrond (uit Rwanda), verkondigt Kobo hier twee misleidende standpunten. Ten eerste: de gedachte dat de VRT niet alle mogelijke moeite zou doen om allochtonen te vinden die als woordvoerders willen optreden. En ten tweede: dat de VRT nu eenmaal geen allochtonen vindt die als woordvoerder willen optreden als het erop aankomt gênante feiten onder ogen te zien, waarin die allochtone gemeenschap zichzelf te kijk heeft gezet.

Dat de VRT partijdig zou zijn, probeert hij echter te staven met een onderzoek van Katleen De Ridder van het Minderhedenforum, De Witte Media (2010). Amper 18,4 procent van de experts die in de geschreven pers geconsulteerd worden over minderheden en gerelateerde thema's zou een migratieachtergrond hebben. Voor het televisienieuws ging het om 33,3 procent. De vraag die je dan kan stellen is wat daar fout mee is. Ten eerste lijken die cijfers tamelijk representatief voor de aantallen allochtonen (5 à 20 procent van de bevolking al naargelang de definitie); en ten tweede kan je je afvragen waarom slechts allochtonen bevoegd zouden zijn om te spreken over problemen van, of met allochtonen. Mogen enkel allochtonen een legitieme mening hebben over beledigend gedrag van allochtonen tegenover niet-gesluierde vrouwen?

Kobo in De Morgen (25/03) over het imago van moslims: “Politici zaaien angst en verdeeldheid via een vertekend beeld van de moslims”.

In samenspraak met Patrick Loobuyck, Kobo: “Ik vrees dat je het gevecht tegen de negatieve perceptie van moslims onmogelijk kunt winnen. De perceptie wordt gecreëerd door een zeer kleine groep fanatici die het voor de rest verpesten, de media die een te sensationeel of vertekend beeld geven van moslims en bepaalde politici die alleen maar meer angst en verdeeldheid zaaien" (eveneens in De Morgen 25/03).

Kobo begaat hier drie mystificaties. Hij doet om te beginnen alsof niet iedereen weet dat de jihadisten een groep fanatici zijn, die overigens niet zo klein is. Hij verbergt zo dat de publieke opinie vooral gechoqueerd en verontrust is door het gegeven dat de autoriteiten in de moslimwereld en in onze eigen moslimgemeenschap zo lang geaarzeld hebben om zich daar duidelijk van te distantiëren. Momenteel is het bijvoorbeeld wereldnieuws dat imams herdenkingsplechtigheden bijwonen voor een vermoorde priester in een katholieke kerk. Een kerk die nota bene de nabije moskee grond gegeven had om op te bouwen, tetrwijl het al een halve eeuw zo is dat zeer vele katholieke kerken parochiale gebouwen ter beschikking stelden voor islamitische feesten of diensten, als die zelf (nog) niet over een lokaal beschikten. Dat was in onze mijnstreek bijvoorbeeld lang schering en inslag, maar dat gebeurde in stilte. Veel dankbaarheid is daar tot nu toe niet voor geweest, integendeel. Eén van de redenen waarom zoveel mensen gechoqueerd werden door het gedrag van vele moslims, waren precies de overduidelijke aanwijzingen dat een significante groep onder hen in het geniep de fanatici actief steunde of passief met hen sympathiseerde. Ook dit verdoezelt Kobo.

Hij doet vervolgens alsof de media een te sensationeel en vertekend beeld geven van de wandaden, net of die op zich niet erg genoeg zijn; en net alsof we niet telkens en telkens weer in de media de verzekering krijgen dat het om een minderheid gaat. Velen vinden net dat bepaalde media in de fout gaan met hun hardnekkige minimalisatie van de steun aan dat geweld. Het volstaat vaak dat er één vrouw met een hoofddoek tijdens een rouwplechtigheid of protestmeeting opdaagt, om alle camera’s op zich gericht te krijgen om te ‘bewijzen’ dat ook 'de moslims' solidair zijn. Dan mag er plots wel stevig veralgemeend worden.

En tenslotte doet Kobo alsof de invloed van het Vlaams Blok de perceptie van de moslims indertijd gestuurd heeft, eerder dan dat het net het storende gedrag van vele moslims het Vlaams Blok in de jaren tachtig in de lift heeft geholpen. En het feitelijke geweld van niet duidelijk veroordeelde fanatici het Vlaams Belang vandaag terug de wind in de zeilen geeft. Kobo negeert daarbij zelfs dat er racismewetten gestemd zijn en dat er vervolging op die basis werd ingesteld. Opnieuw kunnen we ons de vraag stellen of we een gelijkaardige stroming tegen racisme kunnen ontdekken in islamitische landen, als we horen van de tegenstellingen tussen Arabieren en Berbers, of tussen Turken en Koerden om over het algehele verbod van kerken in Saudi-Arabië nog te zwijgen of over de grootschalige discriminatie van christenen en andere niet-moslims van Nigeria via Soedan tot Bangla Desh.

Kobo op Facebook (28/07) over maatregelen tegen IS-sympathisanten: “Die nazi-sympathisanten die Hitlergroet brachten o/h Beursplein lopen nog vrij rond.”

Nog afgezien van het feit dat het extremisme van de ene als excuus wordt ingeroepen voor het extremisme van de andere, keert Kobo zich er expliciet tegen dat IS-sympathisanten behandeld worden als potentiële terroristen. Terwijl zij dat effectief en onmiskenbaar zijn.

Opnieuw een mystificatie: onze ordediensten zijn jarenlang uiterst alert geweest ten opzichte van neonazi’s. Ze gingen daarbij zeer ver. De VMO (Vlaamse Militanten Orde) werd al 35 jaar geleden verboden en 109 militanten kregen een jaar gevangenis. Tien jaar geleden werd een neonazistische splintergroep Blood & Honour (BBET) opgerold onder verdenking terroristische aanslagen te plannen. Zeventien mensen werden gearresteerd tot bleek dat het fameuze ‘wapenarsenaal’ in feite een wapenverzameling was die legaal toegelaten was en waarvan de wapens niet meer bruikbaar waren. Telkens als er in de jaren daartussen concerten werden gepland van heavy metal groepen zoals Rock Against Communism (een dekmantel voor samenkomsten van skinheads) reageerden pers en politie bijna hysterisch, alsof Hitler weer voor de deur stond.

Dat de provocateurs van het Beursplein niet meteen gearresteerd werden, had er mee te maken dat hun misdaad niet verder ging dan wat bravouregedrag zonder meer. Dat kan men van een aantal IS-sympathisanten vandaag niet echt zeggen. Overigens kregen we nog maar net een voorbeeld dat heel die verdachtmakiing tegen de Europese ordediensten nergens op slaat: op 31 juli waren er in Keulen liefst vier tegenbetogingen tegen een Turkse massaconcentratie pro-Erdogan. Eén werd er verboden, die van extreemrechts, niet omdat het extreemrechts was, maar omdat de deelnemers op geweld bleken uit te zijn.  Wat Kobo echter met veel nadruk herhaalt, en wat ook blijkt uit de maatregelen die hij eist, komt erop neer dat hij gebral zonder geweld erger vindt dan het goedkeuren of zelfs toejuichen van geweld. Dat geweld veroordeelt hij wel, en scherp, maar gerichte maatregelen tegen sympathisanten van die moordenaars, wijst hij feitelijk af met het steeds weerkerende argument dat dit discriminerend zou zijn.

Kobo op Facebook (02/06) over Israël: “Fuck the occupation, fuck zionism, fuck the IDF, fuck the Israeli government, fuck the settlers, fuck Peres, fuck Netanyahu, fuck Likud, fuck the Knesset, fuck'em all. One day we will have justice and that day is coming soon!”

Nog afgezien van het taalgebruik, dat normaal gesproken niet tot het repertoire behoort van een CD&V-er, vragen we ons af die wel verzoenbaar is met het partijstandpunt. Natuurlijk: je mag tegen Israël en zijn regering zijn, en zelfs tegen het zionisme in het algemeen. Dat is net de vrije meningsuiting. Maar Kobo's discours leunt nauw aan bij dat van Hamas, dat 'rechtvaardigheid' nastreeft door Israël te willen vernietigen. Men mag ook dat standpunt in principe innemen, zolang men dit niet gewelddadig wil bereiken; maar hoort men dan echt thuis op het kabinet van een CD&V-mandataris?

Zou Wouter Beke toch niet beter op zijn ganzen letten, terwijl de vos de passie predikt?

Eddy Daniels, oud-hoofdredacteur Imediair/Intermediair.

Rudi Dierick, ingenieur, zakelijk adviseur en hoofdredacteur De Bron

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een  bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!