Al-Azhar-alumnus op zoek naar identiteit

Al-Azhar-alumnus op zoek naar identiteit

In Knack 25/10 verscheen een interessante tekst van de Belgisch-Turkse islamologe Betül Demirkoparan, gevormd onder andere aan al-Azhar in Kaïro, die reageert op de reeks over de Islam in Europa van Jan Leyers, waar deze trouwens gepikeerd maar weinig inhoudelijk op antwoordt. Zij houdt een hartverwarmend pleidooi voor de mogelijkheid om én moslim én Belg te zijn, waar we ons slechts om kunnen verheugen, maar beweert dat deze neiging bij moslimjongeren afneemt. Dat wijt zij vreemd genoeg niet aan de moslims, maar quasi uitsluitend aan de autochtone samenleving. Zijn moslims dan niet voor zichzelf verantwoordelijk?

Verwarring van oorzaak en gevolg

Enkele elementen zijn opmerkelijk in Demirkoparans betoog. Ten eerste verwart zij de kip en het ei. Enerzijds stelt zij dat jonge moslims steeds sterker het gevoelen krijgen scheef bekeken te worden, meisjes bijvoorbeeld omdat ze een hoofddoek dragen. Maar anderzijds zegt zij dat die jonge moslims zich steeds sterker terugplooien op hun islamitische identiteit, zodat steeds meer meisjes een hoofddoek gaan dragen. Zij is duidelijk in de war over oorzaak en gevolg. Daarbij miskent ze meteen alle problemen die samenhangen met de hoofddoek en de achterliggende motieven.  Zoals we op De Bron al schreven zijn er ook moslima's tégen de hoofddoek, of met grote bedenkingen erbij, vooral wegens de sociale druk die ermee gepaard gaat. Waardoor het recht om hem te dragen (wat niet fundamenteel betwist wordt) vaak ontaardt in de plicht om hem te dragen. Niet zozeer uit religieuze overtuiging, maar als signaal dat men zich net afzet tegen die samenleving waarvan Demirkoparan beweert dat zij toe wil behoren.  

Vervolgens zegt zij nadrukkelijk dat dit een zeer recent fenomeen is, zelfs van de laatste twee jaar. Daarmee weerlegt zij feitelijk de veel gehoorde stelling dat het ‘Vlaamse’ racisme de moslims in de hoek drijft, want, in dat geval zou er niet zulk een duidelijke link zijn tussen dit recente terugplooien van de moslims op zichzelf en de angstreflexen die IS/Daesh bij de allochtonen bevolking heeft opgewekt. De klachten over dat racisme bestaan al van sinds de opgang van het Vlaams Blok zo’n drie decennia geleden. Het is echter opvallend dat de meerderheid van de Vlaamse bevolking zich tegen dat Vlaams Blok heeft gekeerd en de overheid zelfs een officiële instantie in het leven heeft geroepen – het CGKR, vandaag Unia – om dat te bestrijden. Het is dus nogal bizar dat moslims zich in de hoek voelen gedreven door een nationaliteit die hen in bescherming neemt. En dat men uitgerekend als het terrorisme bedreigend wordt, en er dus best olie op de golven wordt gegoten, een provocerende toename van het aantal hoofddoeken waarneemt, olie op het vuur.

 Maar Demirkoparan vervolgt: Uitspraken over moslims "die dansten na de aanslagen" zijn enorm schadelijk. Het creëert het idee dat elke moslim een mogelijke terrorist is. Tien jaar geleden waren zulke uitspraken ondenkbaar, nu zijn ze mainstream,' schrijft ze. Voor een wetenschapper is ze fel in de war. Een uitspraak over sommige moslims die zich verheugen over aanslagen – en ze bestaan, ze werden al breed opgemerkt na 9/11 (dus meer dan tien jaar geleden), maar verdoezeld in de pers  – zegt niets over alle moslims. Door dit zo te stellen, vraagt zij feitelijk om censuur, of liever: om het voortzetten van een zwijgcultuur of omerta over problematische tendensen die al minstens vijftien jaar aan de gang zijn.

Een keuze: wetenschapper of militante

In dezelfde lijn ligt de volgende opmerking: ‘Neem nu die vacature voor de Vlaamse overheid die werd teruggetrokken omdat de vrouw op de foto een hoofddoek droeg. Dat is voor moslimjongeren extreem demoraliserend. Het is onvoorstelbaar hoeveel schade zoiets berokkent. Voor veel moslimjongeren bevestigt dat hun gevoel: “wij horen er niet bij”.' Weer haalt zij de categorieën door elkaar. Niemand zegde dat moslima’s niet mogen werken bij de Vlaamse overheid, maar het is een niet voltooide discussie of men in een functie bij de overheid ostentatief een religieus symbool mag dragen. Volgens het personeelsstatuut van de Vlaamse overheid is elk symbool van een lidmaatschap van een groep alleszins expliciet verboden in alle gezags- en loketfuncties. Dat is dus 'de wet', maar die miskent ze (of kent ze niet). Niet echt ernstig voor een wetenschapper.

In die zin was die initiële advertentie trouwens provocatief, waarschijnlijk uitgaande van medewerkers die hun positie misbruikten en hun mening in dit debat wilden opdringen aan hun overheid. Of die overheid daar verstandig op gereageerd heeft, is een andere kwestie, maar het feit van de provocatie blijft overeind. Het zou even verkeerd zijn geweest als zij dit gedaan hadden met het portret van een katholieke non, een boeddhistische monnik of een chassidische jood. Eerder dan de heersende verwarring aan te moedigen, zou het passen als Demirkoparan als wetenschapper dit binnen haar gemeenschap zou verduidelijken. Maar zij verkiest nadrukkelijk een militante visie uit te dragen, en die te presenteren als een wetenschappelijke benadering. Het zou goed zijn als zij voor zichzelf zou bepalen wat zij eigenlijk wil zijn.

Op zoek naar wat niet echt bestaat

Dat blijkt ook uit de volgende passage: ‘Demirkoparan merkt dat meer moslimjongeren op zoek zijn naar wat zij “de zuivere islam” noemen. “Het is een verbeelding die haar oorsprong vindt in de koloniale tijd, toen moslimgroepen zich probeerden te beschermen tegen het westerse imperialisme”, legt Demirkoparan uit. Maar "de islamitische wereld" en "de zuivere islam" bestaan niet. Het zijn vage concepten. “Het oemma-gevoel is meer een reactie tegen de onderdrukking die ze ervaren, net als in de koloniale periode”.'

Vatten we dit even samen: mensen komen naar hier vanuit een samenleving waarin ze nauwelijks kansen krijgen, noch individueel, noch collectief. Ze beschikken hier meteen over alle sociale rechten; krijgen extreem gemakkelijk toegang tot de Belgische nationaliteit zonder dat ze hun Marokkaanse of Turkse nationaliteit moeten opgeven; en zelfs als ze de Belgische nationaliteit nadrukkelijk niet wensen, dan nog wordt hen stemrecht op gemeentelijk vlak opgedrongen. Ondertussen werd CGKR/Unia gecreëerd om hen te beschermen tegen autochtonen. En plots zouden zij slachtoffer van kolonialisme zijn. Begrijpt Demirkoparan dan echt niet dat dit een contradictio in terminis is? En dat het mensen als zij toekomt die verwarring in hun eigen gemeenschap te bestrijden, eerder dan ze te voeden en te versterken?

Een conflict van 1350 jaar geleden

Want zoveel is duidelijk: vele jonge moslims zijn op zoek. ‘Ondanks de toenemende interesse voor de islamitische identiteit zijn er maar weinig jongeren die hun gading vinden in de moskee. (…) Jongeren zijn vooral op zoek naar antwoorden op concrete religieuze vragen. "Mag ik alcohol drinken? Mag ik make-up dragen? Moet ik een hoofddoek dragen? Mag ik met een niet-moslim trouwen?"' Het zijn vragen waarmee ze niet terechtkunnen bij de plaatselijke imam, en dus gaan ze elders op zoek. Online, bijvoorbeeld, of bij charismatische religieuze leiders zoals Tariq Ramadan en Youssef Al-Qaradawi.’

Ja, en dan? Als wetenschapper moet zij zich er toch over verheugen als mensen op zoek gaan en daarbij voorbij gaan aan de amper gevormde imams die vele moskeeën bemannen. Dat Tariq Ramadan en Youssef Al-Qaradawi niet de beste raadsmannen zijn, kan ik aannemen, maar dat mogen zij toch zelf ontdekken? Dat behoort toch tot een normaal groeiproces in een open samenleving? Als wetenschapper zou Demirkoparan vooral kunnen duidelijk maken dat de betreffende vragen eigenlijk niet religieus maar moreel van aard zijn. Maar daar botst zij dan op een onuitgesproken kwestie: de ‘ware’ islam is geen religieus stelsel, maar een wettisch, een gedragscode. Korangeleerden zijn geen theologen maar juristen die heel de maatschappij naar hun normenstelsel (de Shariah) willen georganiseerd zien.

Daarom is het evident wat zij betreurt, dat ‘de gemiddelde moslim van de eerste generatie het verschil niet kan uitleggen tussen een soenniet en een sjiiet.’ Dat is ook nauwelijks uit te leggen, zelfs niet voor Korangeleerden. Het verschil is een puur dynastieke kwestie die teruggaat naar 661: moet de leiding van de oemma gekozen worden door een shoera of raadpleging der leiders, of komt zij van nature toe aan de afstammelingen van Ali? Om dat te beslechten sturen sommige soennieten vandaag, 1350 jaar na datum en na eeuwen despotisme, in naam van de ‘zuivere islam’ zelfmoordterroristen naar sjiietische moskeeën. Ook al-Azhar in Kaïro, het ‘Vaticaan’ van de soennieten waar Demirkoparan gestudeerd heeft, kan dat niet eens uitgelegd (of veroordeeld) krijgen. Laat staan dat zij van gemiddelde moslims daar een coherente uitleg over mag verwachten.

Gedachten niet ondergronds drijven

Dan herhaalt zij plots haar onbewezen stelling als zouden moslims slachtoffer zijn van discriminatie.   Omdat zij zichzelf dat idee stelselmatig aanpraten, daarbij gesteund door intellectuelen die niet zien wat er op het terrein gebeurt; en doof blijven voor de kritische vragen bij het gedrag van bepaalde groepen moslims; isoleren sommige meisjes zich van de samenleving en riskeren zij via internet in de handen te vallen van gevaarlijke gekken. Tja. Leer hen dan op een eerlijke wijze naar de werkelijkheid te kijken en daarmee om te gaan. Internet is uiteraard een probleem, niet slechts voor allochtone maar ook voor autochtone jongeren. Demirkoparan onderkent dat: ‘Ze betreurt dat deze jongeren in de moslimgemeenschap niet in staat blijken om kritisch te denken. Diezelfde jonge moslims zijn ontstellend naïef. Ze nemen alles voor waar aan, zonder zich de vraag te stellen of de informatie die ze op het internet vinden betrouwbaar is.' En ik die dacht dat ons onderwijs net inspanningen deed om die naïviteit tegen te gaan? Waarom neemt Demirkoparan daarin haar verantwoordelijkheid dan niet op, liever dan de vooroordelen die deze meisjes in die onzalige richting drijven nog te vergroten door ze als bewezen feiten te presenteren?

Maar er is een tweede groep, zegt ze, en die organiseert zich in religieus gerichte vzw’s. ‘Ze bieden religieuze opvoeding aan in de vorm van cursussen, lezingen en debatten.’ Dat is toch verheugend? Misschien komen daarin visies naar voren die op gespannen voet staat met onze democratische samenleving? Zolang daarover gedebatteerd wordt, zijn die toch in beweging? Die visies bestaan nu eenmaal, ook bij autochtone jongeren – denken we maar aan het maoïsme van de PVDA, of het rechts-extremisme bij sommige flaminganten. Maar die moet je toch niet ondergronds drijven? Zolang mensen praten, vechten ze niet.

Zich blijven wentelen in zelfbeklag

Daar komt bij dat de etnische barrières vervagen, zegt ze. ‘Het is bijvoorbeeld niet ongewoon om zowel jongeren van Magrebijnse als van Turkse origine in een bestuur te hebben.’ Maar dat is toch verheugend? Demirkoparan: ‘Ik vind het gevaarlijk om een religieuze identiteit te cultiveren als reactie op maatschappelijke pressie. Het risico bestaat dat je op den duur alles aanneemt zonder de minste kritiek. De islamitische identiteit moet gevormd worden in harmonie met de samenleving, niet als tegenreactie.' Wat is er meer in harmonie met een open samenleving dan open organisaties die een open debat opzetten?  De katholieken organiseerden zich toch ook multicultureel. Maar door in gesprek te blijven met de samenleving ontwikkelde het repressieve denken van hun Syllabus Errorum (1864), die de democratie radicaal afwees, zich tot christendemocratie.

Maar dan komt de kern van Demirkoparans verblinding weer naar voren: 'Moslimjongeren die veel discriminatie ervaren, cultiveren zeer snel het beeld van de kwetsbare moslim die door de westerse wereld verdrukt wordt.’ Dat is toch net de visie die zij zelf verspreidt? ‘Het zou goed zijn als politici eens ondubbelzinnig zouden erkennen dat de islam een deel is van de Belgische samenleving.’ Komaan zeg. Noem mij één politieke partij (behalve Vlaams Belang) die geen moslims naar voren schuift, zelfs triomfantelijk met hen uitpakt? Maar ze wentelt zich toch zo graag in zelfbeklag. ‘Het is problematisch dat tweede- en derde-generatiemoslims nog altijd als migranten worden beschouwd.’ Waarom zouden mensen van buitenlandse origine hun origine moeten camoufleren? In Limburg vind je Italiaanse en Spaanse clubs, een Poolse volksdansgroep. Wat is daar op tegen?  

Met dat zelfbeklag miskent ze evenwel het probleem binnen de islam zelf, namelijk het ontbreken van een heldere bijval voor de democratie. Kan ze ons één gezaghebbend boek citeren van en voor moslims, met een sociale leer die verzoenbaar is met de universele mensenrechten? Ze valt Jan Leyers aan omdat hij marginale figuren aan het woord zou laten, maar dat zijn net de figuren die vanuit een minderheidspositie voor een met de democratie verenigbare leer in de islam zelf ijveren, en daar soms voor verketterd worden. Als Demirkoparan echt meent dat de islam een deel is van een democratische samenleving, waarom citeert ze dan geen gezaghebbende Korangeleerden die haar daarbij ondersteunen? Als alumnus van al-Azhar zou zij die toch moeten kennen?

Zeventig mensen in totaal

Kan je het de autochtonen dan kwalijk nemen dat zij het storend vinden dat Turken bij ons zich nog altijd meer opwinden over wat er in Turkije dan wat er in België gebeurt? Dat Turken en Koerden, maar ook Irakezen en Afghanen hun stammentwisten bij ons uitvechten? Dat jeugdige Marokkanen 2,5 keer zo hoog scoren qua straatcriminaliteit dan autochtone, maar ook dan Turkse jongeren? Dat moslimjongens zoveel slechter scoren inzake scholing dan de niet-islamitische allochtonen en precies daardoor zichzelf zoveel kansen ontnemen op de arbeidsmarkt? Dat voor Marokkaanse jongeren in Brussel het woord ‘Flamand’ een scheldwoord is, terwijl zij uitgerekend in Vlaanderen, even buiten Brussel, werk zouden kunnen vinden als zij Nederlands zouden kennen?

‘Het is niet de taak van de Belgische moslimgemeenschap om zich te distantiëren van terroristische aanslagen,’ beweert Demirkoparan met veel aplomb. Het is misschien niet haar taak, maar het zou wel verstandig zijn, denk ik zo. Toen een Parijse imam een mars voor de vrede opzette, kreeg hij aan het Brusselse Beursgebouw amper zeventig mensen bij elkaar, waaronder dan nog nieuwsgierigen en andersgelovigen. Het geeft niet bepaald blijk van veel verantwoordelijkheidszin bij de Belgische moskeeverenigingen dat ze hem zo in de steek lieten. Het was slecht georganiseerd of op het verkeerde moment gepland? Waarom doen zij het dan niet beter?

Het is allemaal de schuld van Europa

Uiteindelijk is Demirkoparans boodschap apocalyptisch: 'De manier waarop Europese samenlevingen omgaan met hun moslimgemeenschappen wordt bepalend voor hoe de identiteit van die gemeenschappen zich zal ontwikkelen. Worden ze aanvaard als een evenwaardig deel van de samenleving? Dan zullen ze zich zonder problemen in de Belgische samenleving integreren. Maar als de druk op de moslimgemeenschap blijft toenemen, is letterlijk alles mogelijk.'

Dat is dus de kern van haar verwarring: niet de moslimgemeenschap is in haar ogen verantwoordelijk voor hoe de identiteit van de moslimgemeenschap zich in Europa zal ontwikkelen, de West-Europese samenlevingen zijn dat. Alle verantwoordelijkheid wordt afgeschoven, de struisvogel steekt zijn kop in het zand. Wat overblijft is een slachtoffercomplex dat niet steunt op feiten, maar dat indirect drijft op salafistische propaganda. Dat heeft Betül Demirkoparan, zelfs na een verblijf aan het retrograde al-Azhar, dat denkcentrum van salafisme, blijkbaar nog steeds niet begrepen.

Eddy Daniels. Auteur van De Kwestie M. Een gekaapte godsdienst.

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een  bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch