‘Het buitenland zal ons dit boek benijden’

‘Het buitenland zal ons dit boek benijden’

Etienne Vermeersch verdiept zich sinds enige tijd in de geschiedenis van de islam, en werd in die hoedanigheid uitgenodigd door Uitgeverij De Blauwe Tijger bij de lancering van het boek van Eddy Daniels, ‘De kwestie M. Een gekaapte godsdienst’. Hij vergeleek het met een deel van de bestaande literatuur en noemde het zowat de beste Mohammedbiografie die in ons taalgebied en misschien internationaal te vinden is. Moderator was Wim van Rooy, auteur van de bestseller ‘Waarover men niet spreekt’. De presentatie gebeurde, samen met die van de roman 'De Gifmenger' van Pierre Buyle, in Monasterium Poortackere aan de Gentse Houtlei op donderdag 11 mei.

Ondertussen verschenen er ook al lovende recensies. Wie moet dit boek kopen?’ vraagt ’t Pallieterke zich af. Iedereen die de islam bestudeert (professioneel of amateur), iedereen die aan vergelijkende godsdienstwetenschap doet, iedereen die geïnteresseerd is in de problematische actualiteit van de islam. Moslims die de confrontatie met hun profeet aandurven en zich niet verstoppen achter melige fantasieën over zijn leven. En iedereen die een bijzonder, geestverruimend boek wil lezen’. Op Doorbraak heet het: Het boek zal een klassieker worden waarvoor het buitenland ons zal benijden’. En de Nederlandse website De Wereld Nu stelt: Lees dit boek! Dit is een van de, zo niet het meest informatieve boek over het mohammedanisme dat te verkrijgen is. In ieder geval in 2017 en in het Nederlandse taalgebied, maar ik denk ook daarbuiten’.

Vermeersch noemde het ‘indrukwekkend’. Hij toetste het op de presentatie-avond af aan de meest gekende biografieën tot nu toe. De populaire Karen Armstrong noemde hij ‘beneden alles’. De islamhistorie van de bekende theoloog Hans Küng is volgens hem ‘iets beter’, maar hij vroeg zich ironisch af of die man eigenlijk de Koran wel gelezen had, of die met een ander boek verward had. De Frans-joodse marxist Maxime Rodinson noemde hij ‘heel interessant, zeer objectief maar naast de kwestie’, vooral in de stelling die hij niet hard kan maken, als zou Mohammed een sociale hervormer zijn geweest. En de progressieve Iraans-Amerikaanse moslim Reza Aslan doet volgens hem een poging om objectief te zijn, ‘maar slaagt er niet in echt eerlijk te zijn’. Zodat hij rond ieder heet hangijzer heenloopt, weglaat wat niet te verdedigen is en gefantaseerde verklaringen verzint als hij heikele thema’s niet kan verzwijgen.

Een boodschapper zonder boodschap

Wat Vermeersch onder andere Reza Aslan verwijt is dat hij zichzelf in een onhoudbare paradox begeeft: aan de ene kant huldigt hij Mohammed als de boodschapper van God, die de eeuwige en onveranderlijke normen van God naar de mensheid bracht. Maar aan de andere kant praat hij de vele overtredingen van die normen (of wat men die normen mag achten) door Mohammed weg, omdat hij ook maar een kind van zijn tijd was. Nu: van twee dingen één. Ofwel is de Koran het woord van God en dan kan men moeilijk volhouden dat God gebonden is aan de tijdsgeest van de vroege zevende eeuw in Arabië. Ofwel mocht Mohammed dingen doen die op geen enkele manier moreel acceptabel zijn, maar dan is de Koran niet het eeuwige woord van God. Aan die contradictie ontkomt geen enkele auteur die Mohammed mooier wil maken dan hij was.

‘Daniels is een uitzondering’, stelt Vermeersch. ‘Hij ontwijkt die vraag niet en stelt dat het probleem van de islam Mohammed heet’. Hij gebruikt daarbij de vroegste islamitische bronnen, de hadiet, de enige bronnen voor het leven van Mohammed. Daaruit blijkt dat er in het begin een erg profetische boodschap kwam, die zich volgens onder andere Aslan (en Rodinson) religieus in kritiek op het heidendom begaf, en politiek een oproep bracht tot sociale hervorming.

‘Welnu,’ aldus Vermeersch, ‘ik heb al die Mekkaanse verzen nagelezen, en vond daarin nog geen spoor van sociale bekommernis, noch kritiek op de heidense Kaäba. Wel een voortdurende nadruk op het branden in de hel van al wie Mohammed niet volgde’. In Medina komen die twee thema’s wel naar voren, maar nergens overstijgt de daar verdedigde moraal de normen die op dat moment al eeuwenlang in geheel het Nabije Oosten golden, en die men al terugvindt in bijvoorbeeld het Egyptische Dodenboek. Allah had dus geen nieuwe profeet nodig, om dat te verkondigen.

Een boodschapper zonder normen

Ondertussen permitteerde die profeet zich nogal wat, met als groot voorbeeld natuurlijk de genocide op de joodse stam Koerayza: ‘Hij had alle mannelijke leden van die stam laten vermoorden en in een massagraf laten gooien, terwijl de vrouwen en kinderen als slaven werden verkocht. De mooiste, Rayhana, hield hij voor zichzelf, en dat werd zijn vaste gewoonte. Aslan zegt dat die joden tegen Mohammed hadden samengezworen, terwijl de hadiet-bronnen zeer duidelijk zijn: zij hadden een samenzwering overwogen. Dat volstond voor Mohammed om een massamoord te begaan. Het is een grote verdienste van Daniels, dat hij de leugens rond deze kwestie ontmaskert’.

Aslan legt de botsing bij Badr ook uit als een verdediging tegen een aanval vanuit Mekka. Terwijl de waarheid is dat Mohammed een karavaan van Mekka wilde plunderen, en Mekka een troepenmacht had uitgezonden om dit te voorkomen. Die veldslag werd gevolgd door vier sluipmoorden op dichters die spotliederen gemaakt hadden op Mohammed. Rodinson vermeldt dit eerlijk, maar Aslan spreekt slechts over ‘geweld heen en weer’. Vermeersch: ‘Daniels weerlegt al die historische vervalsingen of verdoezelingen. Hij gebruikt daarvoor niet slechts de vroegste islamitische bronnen, maar duidt methodologisch zelfs zeer precies aan waarom hij sommige geloofwaardig acht en andere niet’.

Verliefd worden op Aïsha

Toch bracht de bekende professor niet alleen lof: ‘Daniels stelt dat verovering buiten Arabië van bij het begin Mohammeds einddoel was. Ik betwijfel dat. Ook vind ik dat hij het christendom als contrast veel te positief voorstelt. Ik vind het iets, maar niet veel beter, vooral omdat de katholieke kerk altijd het Hebreeuwse Oude Testament achter zich aan is blijven slepen. En ik ben het ook niet eens met zijn kritiek op de Verlichting. Maar dit doet niet af aan het feit dat ik die een indrukwekkend boek blijf vinden dat ik iedereen aanbeveel’.

Tenslotte ‘ontmaskert’ hij Daniels zelf: ‘Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat hij doorheen zijn onderzoek verliefd is geworden op Aïsha. Maar dat kan ik hem niet kwalijk nemen, want wie eigenlijk niet, die deze historie ernstig onderzoekt?’ Daniels ontkende dit niet, noemde de jeugdige Aïsha een prachtfiguur die Mohammed geregeld ironisch op zijn nummer zette, maar ouder wordend werd zij wel een kreng. Zo ver reikt zijn verhaal evenwel niet.

Na deze positieve evaluatie van het boek van Daniels, besprak Vermeersch ook de roman van Pierre Buyle, ‘De Gifmenger’. Ik ga hier niet op in, omdat mij vooral de historische analyse interesseert en Buyle zich nogal grote afwijkingen van de gekende geschiedenis permitteert. Onder andere als zou Khadidja haar man verlaten hebben voor een andere man, terwijl alle ahadith het erover eens zijn dat zij hem trouw bleef tot aan haar dood. Hij noemde het wel een fascinerend verhaal.

Niet voorkruipen aan de kassa

Wat mij wel interesseerde was hoe Daniels methodologisch zijn gebruik van de hadiet verklaart, die door vele islamologen als onbetrouwbaar wordt weggezet. Zijn redenering is als volgt: de westerse oriëntalistiek benaderde vanaf de negentiende eeuw de islam met heel veel sympathie, maar botste daarbij meteen op achterdocht en vijandigheid van de Korangeleerden, die het niet verdragen dat men hun godsdienst wetenschappelijk bestudeert. Vooral bedenkingen bij hun profeet maakte hen razend. Aan de andere kant waren hun verhalen over die profeet in westerse ogen gewoonweg stuitend. Dus hebben zij zich er goedkoop van afgemaakt en geredeneerd: de basis van die sira (de levensverhalen in de hadiet) werd gelegd door Ibn Ishaq ongeveer 120 jaar na de dood van Mohammed. Dat is te lang om betrouwbaar te zijn, dus hoeven we er geen rekening mee te houden. Daarmee waren ze ervan af.

Hun logica gaat echter niet op, zo meent Daniels, en hij gaf die avond drie redenen (in zijn boek zijn het er meer). Om te beginnen is de bedoeïenencultuur overwegend tot uitsluitend oraal met sterke geheugenprestaties omdat een nomadische cultuur nu eenmaal helemaal samengevat wordt in taal en verhalen en niet in voorwerpen. Bovendien bevat hij eindeloze namenlijsten en die waren voor de afstammelingen erg belangrijk: van de positie van hun voorouders in de buurt van de profeet, hing hun positie een eeuw later af in de oemma, en zelfs hun aandeel in de krijgsbuit. Ze waakten er dus over dat die voorouders op de ‘juiste’ plaats kwamen en dat een andere de zijne niet wist naar voren te schuiven. Ongeveer zoals wij in de supermarkt erover waken dat niemand aan de kassa voorkruipt.

Maar vooral is daar, zo stelt hij, het criterium van de embarrassment dat sinds kort opkomt in het evangelieonderzoek. Dat zegt dat wie een bepaalde figuur wil omhoog schrijven, geen elementen gaat aanbrengen die nadelig zijn voor die figuur. Welnu de ahadiet staan boordevol met feiten die de profeet in een ongunstig daglicht stellen. Daniels gaf één voorbeeld: toen een groep in Mekka Mohammed wilde doden en samentroepte voor zijn woning, gaf hij zijn neef Ali de opdracht om op zijn slaapplaats te gaan rusten onder zijn mantel, en zelf maakte hij zich uit de voeten. Toen de moordenaars de woning binnen drongen, trokken ze de mantel weg en vonden daar tot hun verbazing Ali. Ze gaven hem wat klappen maar lieten hem gaan. Mohammed zat ondertussen verscholen in een grot.

Daniels: ‘Zoiets verzin je niet over je profeet, want die komt niet mooi uit dit verhaal. Zo zijn er tientallen voorvallen, die in de tekst drongen omdat iedereen ze kende en men ze niet weglaten kon zonder ongeloofwaardig te worden. Terwijl de islamologen beweren dat dit propagandistische geschriften zijn met als enig doel Mohammed de hemel in te schrijven’.

Onderscheid tussen wat deugt en niet deugt

Tenslotte besloot Daniels met een verklaring waarin ik hem – en zo bleek uit de interventies ook Vermeersch en van Rooy – niet volg: dat we moeten ophouden te verklaren dat de islam niet deugt. Wij moeten nauwkeuriger kijken en het onderscheid maken in de islam tussen wat deugt en niet deugt, meent hij, en dat laatste heet Mohammed. Ik heb daar mijn twijfels bij, ik zie niet waar hij dat goede gaat vinden. Dat belet niet dat ik behoorlijk onder de indruk was, zowel van de presentatie van Vermeersch als van het boek van Daniels, waarvan ik de drukproeven had mogen lezen. Een aanrader dus.

Katrien Spruyt

Eddy A. M. Daniels, De kwestie M. Een gekaapte godsdienst, 2017, 432 blz, Uitgeverij De Blauwe Tijger, isbn 978-94-92161-41-3 nur 70, 27 euro. Beschikbaar in de boekhandel.

 

De opinie uitgedrukt in dit artikel is enkel deze van de auteur. We waarderen alle opbouwende kritiek en suggesties. Reageer, op onze Facebook-pagina, of stuur ons een  bericht met uw bemerkingen, extra feiten en uw voorstellen.

Vond u dit een goed artikel? Misschien wilt u ons dan ook steunen? Dat kan redactioneel, financieel of organisatorisch!